dierenweetjes
de ijsbeer

de ijsbeer

 

IJsberen voelen zich thuis rond het noordpoolgebied op drijvende ijsschotsen en in open zee. Aan deze barre streken zijn ze voortreffelijk aangepast. De ijsbeer kan van 250 kg tot 700 kg wegen en 80 cm tot 3 cm hoog. Dankzij de zwemvliesjes aan hun klauwen en de stroomlijn van hun lijf zijn het goede zwemmers, die het lang kunnen volhouden. Een ijsbeer duikt heel graag, ook is hij een geduldige jager.

De ijsbeer heeft twee soorten vacht. Dicht op de huid zit een dichte onderlaag op het lichaam te beschermen. Het mannetje en het vrouwtje gaan jagen, maar in de winter blijft het vrouwtje bij de kleine ijsbeertjes en het mannetje gaat alleen jagen.De winter op de noordpool duurt negen maanden. Af en toe moet de ijsbeer eens het water in. Ze zwemmen met een krachtige slag waarbij ze alleen hun voorpoten gebruiken. De dikke laag vet helpt hun beter te drijven en beschermt zich tegen de kou. De eskimo's jagen op de ijsbeer voor hun vacht en vet. Als het warmer weer wordt en de ijsbeer komt uit het water, schudt een ijsbeer zich uit als een enorme hond met zijn hoofd of schouders. Druppels water vliegen alle kanten op. Een ijsbeer rust uit zodra hij slaap heeft. Dat kan overal zijn, zelfs midden in een sneeuwstorm. In Alaska werd een ijsbeer door onderzoekers een jaar in de gaten gehouden en de ijsbeer had niet minder dan 1119 km afgelegd. Vroeger dacht men dat de ijsbeer de noordpool afzwierf maar dat is niet zo. Een ijsbeer kunt je van één kilometer ver zien aan zijn zwarte neus. IJsberen zijn de grootste roofdieren van het noordpoolgebied. De mens is hun enige vijand. Hun prooien bestaan uit: zeehonden, vis, zeevogels, en kleine knaagdieren in de zomer: bessen, kruiden,… Het dier kan uit nieuwsgierigheid gevaarlijk zijn voor de mens. De jacht op het dier is natuurlijk verboden. De ijsbeer is zeer slim. Soms besluipt de ijsbeer zijn prooien als die aan het zonnebaden zijn. Hij houdt zijn poot voor zijn neus dat ze hem niet zien, want zijn neus is opvallend, zo’n zwarte stip. De ijsberen gaan in het begin van de herfst naar resten van walvissen of walrussen zoeken. In de winter liggen de hapjes niet voor het oprapen. Daarom eet hij voor de winter zoveel mogelijk, zodat hij een flinke vetlaag heeft om de winter door te komen. Als een ijsbeer op zijn twee achterpoten staat, is hij tussen twee en drie meter hoog. In de maand April leggen de mannetjes grote afstanden af, op zoek naar vrouwtjes zonder jongen. Als de moederijsbeer haar jongen krijgt had ze die 7 à 8 maanden in haar buik. Als de kleintjes eenmaal geboren zijn, doet hun moeder alles om de vader uit de buurt te houden, want hij eet alles, zelf zijn eigen kinderen. De babyijsbeertjes worden midden in de winter geboren in een sneeuwhol. De ijsberen zijn dol op glijbaantje spelen. Ze hebben geen slee nodig want ze laten zich op hun buik van de helling glijden. De vrouwtjes zorgen ongeveer drie jaar voor de jongen die bij de geboorte blind en naakt en doof zijn. Als de ijsbeer een duik neemt sluit hij eerst zijn neusgaten want water in zijn neus vindt hij niet fijn. Zijn ogen laat hij wel open want ander ziet hij zijn prooi niet. Ook nog, de familie van de ijsbeer is de bruine beer.